Amerika 2004
 

Hieronder volgt een verslag van onze onvergetelijke reis met een camper
door het 'Wilde Westen' van Amerika. We zijn 20 dagen in Amerika
geweest waarvan we 18 dagen met een camper hebben rondgetrokken. Om ons voor te bereiden heb ik veel verslagen op internet gelezen, hier steek je toch het meest van op. Verder hadden we de 'Lonely Planet' reisgids mee en het boekje 'camperreizen in USA en Canada'. We hebben geen overnachtingsplekken van te voren geregeld, wel had ik met behulp van een aantal routeplanners een route in gedachten en daar zijn we eigenlijk niet meer van afgeweken. We hebben in totaal 5 staten aangedaan en hebben 7 Nationale Parken bezocht. Als je na het lezen van ons verslag nog vragen of opmerkingen hebt laat het dan weten via het gastenboek.
 

Dag 1: Dinsdag 1 juni 2004

 

Om 6.30 uur komen de ouders van Frans ons ophalen. Het is best lekker weer (iniedergeval beter dan de vorige keer, toen we 2 uur in de file hadden gestaan i.v.m. de grote sneeuwstorm) we moeten om 12.25 uur vliegen en we moeten 3 uur van te voren inchecken. Omdat we voor Frans een goede plek willen regelen gaan we vroeg weg zodat we als één van de eersten kunnen inchecken. De reis naar Zaventem verloopt voorspoedig. We zijn om 8 uur op het vliegveld. Er is nog niemand aanwezig bij de incheckbalie. Maar we besluiten toch maar al in de rij te gaan staan. Om 9.30 uur gaat men starten met inchecken. Eerst moeten we bij een mannetje komen die ons allerlei vragen stelt over voornamelijk de bagage. (bv: wanneer we hebben ingepakt; waar de koffers tussentijds zijn gebleven; of we voor andere mensen pakjes moeten meenemen naar Amerika etc.) Van hem krijgen we ook de groene visum ontheffingsformulieren. Vervolgens kunnen we echt inchecken. Een aardige Belse madam begrijpt heel goed dat we voor de 2 meter lange Frans een goede plek willen hebben met veel beenruimte. Zij regelt de laatste 2 plaatsen bij de nooduitgang. Zonder dat we er om vragen kijkt ze ook even naar de stoelen voor de vlucht van Washington naar San Francisco. Hier zijn de nooduitgangen bezet, maar krijgen we een gratis upgrade naar Economy-plus, een klasse hoger waar dus ook meer beenruimte is. We bedanken de madam en drinken op het panorama terras een bakje koffie. Om 11.40 uur is het onze boarding time. We nemen afscheid van Frans zijn ouders en gaan door de douane. Alles gaat tot nu toe perfect. We kopen nog een verloopstekker voor de USA en gaan dan richting de gate. Eerst moeten we nog door de poortjes. Voor het eerst van mijn leven gaat de zoemer af als ik door het poortje loop en bij Frans niet. Na nog een poging zijn het volgens de meneer mijn schoenen. Vervolgens moet mijn beauty-case open, daar zit een metalen aansteker in. (die we van een doofstomme gekocht hebben op het vliegveld) Na deze controle, wacht ons de volgende waar wederom de beauty-case en de rugzak worden doorzocht. We worden gefouilleerd en we moeten ook onze schoenen uitdoen. (arme mensen) Uiteindelijk zitten we om +/- 12.00 uur in de boeing 767 en vertrekken we om 12.25 precies volgens schema. Na een vlucht van 8 uur en 50 minuten landen we in Washington. We konden i.v.m. een storm rond Washington niet landen en hebben een half uur rondjes gecirkeld, om uiteindelijk zonder problemen te landen. Plaatselijke tijd 15:15 (thuis 21:15) Nu moeten we weer door de douane. Hier was ik een beetje bang voor omdat ik op internet gelezen had dat dat wel eens lang kon duren. Maar dat viel alles mee. Eerst moeten we onze groene kaart inleveren, paspoorten laten zien., na enkele korte vragen over de reden van ons bezoek aan Amerika gaan we naar de band waar we onze koffers moeten pakken. Vervolgens moeten we die weer bij een mannetje afgeven. Toen stonden we midden op het vliegveld en hadden we geen gate nummer, wel wisten we dat we om 17:25 moeten boarden, dat betekende nog dik anderhalf uur. Frans ging bij een balie van United vragen welke gate we moeten hebben omdat we geen infoborden konden vinden. Volgens die man was dat D8, maar toen we later wel de borden vonden bleek het C27 te zijn, wij weer helemaal terug...Even overwoog Frans om de rokersruimte op te zoeken, maar hij heeft het niet gedaan. We hebben een hamburger en een colaatje gekocht en konden mooi op tijd het vliegtuig in, ook nu weer een ruime plek. De vlucht naar San Francisco bleek ook nog 5 uur in beslag te nemen. Het tijdsverschil tussen Oost en West is 3 uur. In San Francisco aangekomen is het 20:38 uur. In Washington is het 23.38 en thuis is het 5:38. In San Francisco konden we meteen onze koffers van de band halen. Vervolgens hebben we de bordjes ‘hotels courtesy shuttles’ gevolgd. Hier stond een mannetje die vroeg welk hotelshuttle we moeten hebben. In een telefooncelletje bellen we naar ons hotel en een kwartier later komt onze bus eraan. De rit naar het hotel duurt nog geen 5 minuten. Na het inchecken kunnen we eindelijk gaan slapen, in een heerlijk groot bed. We hebben gelukkig een smoking room, en Frans rookt zijn eerste sigaretje na 24 uur...

 

Dag 2: Woensdag 2 juni 2004

We zijn rond half 8 wakker en we hebben uitzicht op het vliegveld. Na een heerlijke douche gaan we naar de lobby waar we aan dezelfde man als gisteravond vragen of hij naar Cruise America wil bellen voor ons. Dit is geen probleem en een uurtje later (half 11) staat er een taxibusje. Na een ritje van 30 minuten komen we bij Cruise America. Hier moeten we onze rijbewijzen en paspoorten laten zien. Ook moeten we wat formulieren invullen en kunnen we kiezen om voor 40 dollar de gastank niet bij te hoeven vullen en de tanks niet te legen bij terugkomst. Hier kiezen we maar voor. Aangezien we niet weten wat ons te wachten staat. We krijgen eerst een video te zien, waarin de werking van de camper beknopt wordt uitgelegd. Dan is het zover, we gaan naar ‘onze’camper! Als we buitenkomen staat er een spiksplinter nieuw ding te glimmen voor onze neus. Hij is groter dan we besteld hadden, maar daar wordt verder geen woord over gerept. Er staat 2062 miles op de teller en wij zijn schijnbaar de eerste huurders. Jammer dat er zo enorm veel reclame op de camper staat. Maar goed, als je aan het rijden bent, zie je dat toch niet. We krijgen onze inventaris en de sleutels uitgereikt en kunnen dan vertrekken. Er wordt erg weinig verteld over het gebruik van de camper, en ik hoop dat Frans de video heeft begrepen. We kijken nog even in het gebouwtje van Cruise America naar een kaartje waar de dichstbijzijnde ‘grocery store’ op staat. Hier gaan we dan maar eerst naar toe. Dat is wennen in het drukke verkeer met zo’n enorm geval, en wat zitten we ver van elkaar vandaan. Onze camper ruikt zelfs helemaal nieuw. Om kwart voor 1 zijn we bij de supermarkt aangekomen gaan we boodschappen doen. Wat een enorme supermarkt. We lopen de rekken langs en pakken mee wat we nodig denken te hebben. Achteraf blijkt dat we toch nog het één en ander vergeten zijn. De boodschappen ‘gooien’we ook in de camper bij de koffers en de inventaris. (we hebben nog niks uitgepakt). We kunnen nu pas echt op pad. De bedoeling is om richting Monterey te rijden, omdat ik heel graag wil Whale Watchen. Vanuit Oakland  (daar hebben we de camper opgehaald) gaan we via de 880 de 92 op, (San Mateo-bridge). We rijden door tot de kust (Half Moon Bay). Hier nemen we de 1 naar het zuiden tot bij Moss Landing. Ik heb op internet een stuk gevonden over whale watchen waarbij een campground is, dat zou in Moss Landing zijn. (www.sanctuarycruises.com). We kijken in de Woodall’s (een campground gids, die we bij Cruise America meekregen, www.woodalls.com) en daar staat die campground ook in. Bij het inchecken staan wat folders, onder andere over de whale watch cruise. Ik vraag aan de meneer waar we moeten zijn om de cruise te regelen. Het schijnt dat deze pas tegen 4 uur terug zijn overwegen we 2 nachten te blijven. Hij belt even voor ons om te vragen of ze de volgende ochtend uitvaren en of we dan nog meekunnen. Er is niemand meer aanwezig en hij beloofd morgenochtend nog eens te bellen voor ons. Als we dan ’s morgens even naar de receptie komen zullen ze het nog eens proberen. 1 nachtje kost hier $44 en we hebben een full-hookup. Dat wil zeggen aansluiting op de waterleiding, stroom en afvoer. Frans begint met het aankoppelen en het valt best wel mee. De waterslang lekt bij de aansluiting op de kraan. Die meneer van de campground liep net toevallig langs dus hebben we het maar even gevraagd. We blijken een rubberen ringetje te missen, en ja hoor, nu doet hij het. Om 17.15 staat alles gereed. We gaan beginnen met het uitpakken van de spullen. We missen alleen een kurkentrekker en we wilden net een wijntje gaan drinken. Frans gaat bij de buren vragen en zij hebben er wel één. Gelukkig! We hebben ook geen wijnglazen alleen 2 plastic bekers en 2 plastic mokken. Nou ja, wijn uit een plastic beker is best lekker, als je er zoveel zin in hebt. Het blijkt dat we veel kastruimte hebben en een paar kasten blijven dus ook gewoon leeg. Er is zelfs een hangkast met een hangertje of 15 erin. Om 19.30 gaan we koken. We hebben stokbrood gekocht en aardappelsalade. We bakken biefreepjes met paprika en champignons en mengen het met biefstuksaus en sojasaus. We zijn eigenlijk best trots op deze creatie die ook nog eens heerlijk smaakt. Na het eten lopen we nog even naar het strand om naar de sunset te kijken. Maar er hangen wolken voor, wel zijn er hoge golven die het strand oprollen. Na hier een halfuurtje te hebben gezeten op een boomstam (met een dikke trui aan) gaan we terug naar de camper. We maken een bakje D.E. koffie (meegenomen uit Nederland) en we vallen om een uur of 10 als een blok in slaap.

 

Dag 3: Donderdag 3 juni 2004

 
Om 9 uur gaan we naar the office om te vragen of we mee kunnen met de walvis trip. Tien minuten later staan we bij dock A. Ongeveer 100 meter bij de campground vandaan. Een vriendelijke man komt naar ons toe. Bij hem moeten we betalen ($40 pp) en hij wijst ons de weg naar de boot waar we op moeten. Aan boord krijgen we eerst nog wat uitleg, over de ‘grand canyon van de zee’, de reden dat hier veel walvissen te vinden zijn. In de haven zien we zeeleeuwen een een eindje verderop drijven wat otters op hun rug in het water. Als we eenmaal op zee zijn varen we door een school dode sardientjes. Uiteindelijk is er een humpback-whale gesignaleerd. Hij laat maar heel weinig van zichzelf zien. Volgens de schipper komt dat omdat er de laatste weken Orka’s zijn die deze walvissen hebben aangevallen. Daarom houden de walvissen zich schuil. Helaas zien we verder geen andere walvissen meer. We zien wel een heleboel dolfijnen, waarvan er ook een paar met de boot meevaren. Om kwart voor 2 staan we weer aan wal. We proberen naar Nederland te bellen, maar krijgen het niet voor elkaar met deze telefoon. We gaan terug naar de camper en eten een broodje ham (met ketchup). We besluiten om nog naar Monterey te rijden en om de 17 mile drive te doen. Deze tolweg ($8,25) komt langs een 16 tal bezienswaardigheden. De helft hiervan zijn golfbanen waar wij geen interesse in hebben. Wij vinden het daarom ook een beetje tegenvallen. De leuke punten zijn de zeehondjes, birdrock en ‘lone-cypress’. De meest gefotografeerde boom van Amerika. We gaan Monterey zelf niet meer in met de camper, we zijn nogal moe van de tocht op zee. E doen nog wat boodschappen in een Big K-mart. Zo kopen we een batterij oplader voor het fototoestel (110 volt), omdat die van ons (220 volt) het niet doet. Verder kopen we natuurlijk een kurkentrekker en 2 plastic wijnglazen (iets anders is er niet) 2 tuinstoeltjes een afwasborstel en keukendoekjes. Terug op de campground krijgen we van de beheerder een tip, om te gaan eten bij ‘Phils fish market & eatery’ (www.philsfishmarket.com). Zogezegd, zogedaan en de beheerder had helemaal gelijk. Bij binnenkomst stond er een hele rij voor de kassa. Je kon van de lijst kiezen wat je wilde hebben, dit moest je direct afrekenen. Je drinken krijg je dan mee, net als een nummer, die je voor je op tafel moet zetten. Als het eten dan klaar is komen ze het brengen. Frans had ‘Fish & Chips’ en ik ‘Salmon Marsala’. Heerlijk!
 

Dag 4: Vrijdag 4 juni 2004

 
We hebben de wekker op 6.30 uur gezet. En zonder problemen gaan we er uit. Dat is thuis wel eens wat anders. Na een ontbijtje (cracker met jam of koffie met een sigaretje) en het afkoppelen van de camper gaan we om 7.30 op pad. We rijden highway 1 naar het zuiden. Via Monterey en Big Sur komen we bij San Simeon. De weg is echt spectaculair mooi. Er hangt wel enorm veel mist, maar dat is toch ook wel een heel bijzonder zicht, dat hangt in wolken in de bergen. Bij San Simeon liggen honderden ‘Sea Elephants’op het strand. We stoppen hier even en nemen een kijkje bij deze beesten. Ze zijn erg grappig, ze gooien met hun flippers zond over hun rug. Het lijkt of sommige ruzie maken, maar het kan ook spelen zijn. We vervolgen onze weg en gaan bij Cambria de 46 op richting het Oosten. Het is de bedoeling zo ver mogelijk California over te steken in de richting van Grand Canyon. Via Paso Robles, lost Hills, Wasco, Bakersfield, Mojave en Barstow komen we uit in Newberry Springs. Nou daar wil je als Hollander echt niet wonen... het is hier keiheet en er is niks te beleven. Er staan ook maar een paar huizen. Volgens de Woodall’s moet er hier een campground zijn (Twin Lakes), dus daar gaan we naar op zoek. Even denken we te verdwalen, we moeten een stuk over een onverharde weg, maar uiteindelijk vinden we het toch. Als we uit de camper stappen vallen we bijna om van de warmte. Het lijkt hier wel 50 graden. Het is kwart voor 5 en we hebben een full hookup voor $18. Er is alleen 1 probleem, we zijn niet meer om boodschappen geweest. We hebben nog maar 1 fles water (dat wordt geen koffie vanavond..) We hebben nog wel een zak chips, deze eten we eerst maar op. Het avondeten bestaat uit, sla + dressing en aardappelsalade. Met deze warmte heb je toch niet veel honger. Na 2 nachten in de hoogslaper, willen we het andere bed ook eens proberen. Dit is niet zo lang als de hoogslaper, maar wel iets minder claustrofobisch. En bovendien hoef je niet zo atletisch te zijn om er uit te stappen. De camper is dus veel groter en breder dan we verwacht hadden. De hoogslaper is zeker wel 2,30 m lang, terwijl de brochure 1,98 aangaf. Het vaste bed beneden is (zo schatten we) 2 meter lang en 140 breed. We hebben 2 slaapzakken en 2 hoeslakens meegekregen van Cruise America. We hebben 1 slaapzak open geritst en hebben 1 hoeslaken als gewoon laken in gebruik, dat slaapt toch een stuk lekkerder dan in zo’n slaapzakje. Verder hebben we het toilet en de douche volop in gebruik. Telkens als je de zwarte watertank hebt geleegd moet je een zakje wc chemicaliën in het toilet gooien, dat helpt o.a. tegen de luchtjes, en daar hebben we inderdaad geen last van. Maar goed we zijn die avond al om half 10 gaan slapen. Want om half 7 gaat de wekker weer.
 
Dag 5: Zaterdag 5 juni 2004
 
Na het standaard ontbijtje koppelen we de camper weer af en vervolgen we onze weg. Eerst moet er nog eens getankt worden. Hé nu kunnen we de tank wel ineens vol tanken, 38 gallon voor zo’n 100 dollar, dat ging bij de eerdere pompen niet, daar stopte hij er telkens bij $50 mee. En wij maar denken dat er niet meer dan 50 dollar brandstof in de tank kon. Bij de eerst volgende ‘rest-area’ is een telefoon, deze proberen we even uit, om naar Nederland te bellen, maar helaas ook deze doen het weer niet. Een eind verder bij een ander tankstation lukt het dan eidelijk te bellen met Nederland. Wat waren ze blij om iets te horen van ons. We rijden verder richting Needles. Hier doen we boodschappen, wat echt nodig is! Na Needles en Kingman nemen we een stukje ‘route 66’. Het is een eenzame weg met 4 kleine plaatsjes Het heeft wel iets om hier te rijden. Zeker als we zo’n gedroogd bosje de weg over zien waaien (tumbleweed), dit is net een echte western. Maar je moet je er niet al te veel van voorstellen. In Seligman, wat overigens wel een plaatsje is zoals ik het me voorstel bij een plaats aan de route 66, stoppen we om een broodje te eten. Na de lunch rijden we richting de Grand Canyon (www.nps.gov/grca/grandcanyon) Omdat we er van uit gaan dat de campgrounds helemaal vol zullen staan in het weekend, proberen we eerst Campervillage, net buiten het park. Maar dit ziet er niet zo heel gezellig uit. Frans besluit toch het park in te rijden en het er gewoon op te wagen. Bij de ingang van het park krijgen we een plattegrond en een krantje en volgens die man zouden de campgrounds helemaal vol staan. Ondanks deze raad en het bordje bij de ingang waarop staat de de campgrounds vol staan gaan we toch naar de balie en doen gewoon of ons neus bloed. Bij de eerste campground (mather cg) hebben we al geluk ze hebben plek voor ons, geen hookup voor $15 per nacht. We besluiten 2 nachten te blijven. Bij ons plekje aangekomen blijkt het heel mooi en vooral erg rustig te zijn. We staan midden in de bossen, hier is het ook niet zo warm meer gelukkig. We drinken een glaasje wijn, en dat smaakt voortreffelijk! We bedenken ons dat we nu toch wel heel erg nieuwsgierig zijn geworden naar die Canyon, en besluiten er naar toe te wandelen. Volgens ons moet dat kunnen. Het is een wandelingetje van zo’n 25 minuten. En daar staan we dan aan de rand... het is inderdaad schitterend. We lopen een stukje langs de rim, en gaan via de (hele grote) supermarkt weer terug naar de camper, we hebben kolen meegenomen en we gaan bbq-en. In needles hadden we al vlees gekocht, een T-bone steak en worstjes. De steak smeren we in met bbq-saus en leggen we op een aluminiumfolie op de bbq. Het is inmiddels al behoorlijk donker, dus we hebben een zaklamp nodig om te kijken of het al gaar is... Het duurde best lang, maar ons geduld werd beloond. Om 10 uur gaan we slapen we zijn doodop.
 

Dag 6: Zondag 6 juni 2004

 
Omdat we 2 nachten in de Grand Canyon verblijven, hebben we deze ochtend uitgeslapen tot wel 10 uur! Na een ontbijtje lopen we naar de (shuttle) bushalte. Je kunt in dit park namelijk gratis met de shuttle bus mee. Er zijn 3 routes, wij stappen in de blauwe, die komt langs het visitorcentre. Hier gaan we eerst van al een kijkje nemen, maar daar worden we niet echt veel wijzer van. We lopen naar Mather point en kijken nog eens goed de canyon in. Ik had ergens gelezen dat je een vast punt moest nemen, en dat je dat op ieder punt moest proberen te zoeken. Ik zag in één van de punten een bolus. Dus op ieder punt hebben we steeds weer naar ‘mijn’ bolus gezocht. Vanuit het visitorscentre nemen we de bus naar de groene route, dat betekent een keer overstappen. Bij de groene route stappen we uit bij het eerste punt. Vanaf hier kun je het pad zien dat naar beneden gaat (Bright Angel trail) Het ziet er moeilijk en zwaar uit. En het is hier boven op de rim al erg warm, dus je kunt je voorstellen hoe het beneden is. We zien heel klein en ver weg, ezeltjes met mensen erop terug naar boven komen. We nemen het pad dat langs de rand (the rim) gaat naar een volgend punt. Zo besteden we de hele dag, deels lopend en deels met de shuttlebus. ’s Avonds eten we wraps met een yoghurtje als toetje en lopen we weer terug naar de rim om de zonsondergang te bekijken. Helaas zijn we net te laat zodat we maar een glimpje kunnen opvangen hiervan. Dat is jammer, en ook echt weer iets voor ons...
 

Dag 7: Maandag 7 juni 2004

 
We staan vandaag weer vroeg op, want we willen onze weg via de oostkant van de Grand Canyon en Monument Valley vervolgen. We stoppen bij een aantal punten en als laatste bij Desertvieuw. Daar nemen we alles nog eens voor de laatste keer in ons op en we laten Grand Canyon National Park achter ons. We rijden via highway 64 en 160 richting Kayenta. Hier doen we wat boodschappen voor de lunch. In Kayenta waait het enorm en er ligt zelfs een hele berg zand voor de deur van de supermarkt. Na de lunch (op het parkeerterrein van de supermarkt) rijden we door Monument Valley over de 163. In 1e instantie was het de bedoeling om hier te overnachten maar omdat het nog maar 14.30 uur is, en we geen jeep tocht gaan doen besluiten we om door te rijden richting Mexican Hat en Bluff. We komen natuurlijk langs de rots waaraan Mexican Hat zijn naam te danken heeft. Die rots lijkt op een mannetje met een sombrero op die ‘waakt’over het dorpje. We zijn inmiddels in Utah beland, dat betekent een andere tijdzone. De klokken kunnen een uurtje vooruit en zo is het plots 4 uur. In Bluff kunnen we kiezen uit 2 campgrounds. We nemen de ‘Cadillac ranch’ (www.bluffutah.org/cadillacranch) en zijn voor een kleine 20 dollar weer een nachtje onder de pannen met een full-hookup. We gaan te voet naar een restaurantje ‘Twin Rocks’en eten ‘friet met vlees’(www.twinrocks.com/cafe). We drinken voor het eerst een biertje en versturen wat berichtjes naar huis en we zetten een berichtje op de site van de Griete, (www.cafedegriete.nl). We gaan terug naar de camper en zetten nog een bakje koffie, die we lekker buiten opdrinken. Om 10 uur gaan we slapen. (waarom lukt dat thuis nou nooit?) Ook in Bluff was het weer warm, dus we zetten de ramen open, zodat het lekker door kan waaien maar snachts begint het enorm te waaien, ‘hellup’ straks waaien we weg...
 

Dag 8: Dinsdag 8 juni 2004

 
Vandaag gaan we via Mesa Verde National Park naar Moab. (www.nps.gov/meve) Om 8 uur rijden we weer. Via de 163, 262 en de 160 (Cortez) komen we bij Mesa Verde. De mevrouw van het tolhokje vertelt ons dat het visitorcenter zo’n 15 mijl verderop ligt. We krijgen een kaartje en een krantje. Hier staat bijna alle info op. We rijden het park in richting het visitorcentre, deze weg gaat behoorlijk steil omhoog. Binnen de kortste keren hebben we een prachtig uitzicht over Cortez en omstreken. We stoppen even bij en vieuwpoint, met volgens het krantje een ‘magnificent vieuw’. En inderdaad we hadden hier een geweldig uitzicht over Cortez en omgeving. Als we terug naar de camper lopen vraagt Frans wat ik in hemelsnaam met mijn been gedaan heb. Wat blijkt? Ze zitten vol met muggenbeten, en ineens beginnen ze enorm te jeuken. Vervolgens vind ik ieder uur een plekje waar weer een nieuw bultje verschijnt. Bah! Dat wordt voorlopig binnen zitten. We rijden verder richting het visitorscenter. Hier staat een hele lange rij mensen voor de deur te wachten om binnen te komen. Ja dááág, daar gaan wij niet bij staan. Dus we lezen de krantjes die we bij het tolpoortje ontvangen hadden. We hebben geen tijd voor het hele park, dat is duidelijk. We willen wel graag de ‘Cliff dwellings’zien, dit zijn dorpjes van zo’n 700 jaar oud, die de toenmalige Anasazi-indianen bouwden in overhangende rotsspleten. We besluiten de ‘Mesa-Top loop’ te rijden en daarna naar het museum en van daar naar het ‘Spruce Tree House’. De ‘Mesa-Top loop’ konden we met de camper doen. Het is een rondje van zo’n 10 mijl waarbij je lang diverse bezienswaardigheden komt. Eerst zien we een aantal ‘pithouses’ en van een afstandje bewonderen we een aantal Cliff Dwellings waaronder Cliff palace, dat is de grootste in het park en we zien daar ook allemaal mensen lopen. Wat blijkt nu, bij het visitorscenter moet je vroeg kaartjes kopen om met een gids naar ‘the Palace’ te mogen afdalen, vandaar die drukte..... Nadat we het museum bezocht hebben lopen we een heel steil pad naar beneden naar het ‘Spruce Tree House’ dit is niet de grootste maar wel de best bewaard gebleven Cliff dwelling. Het is erg leuk om hier eens rond te lopen. Voor 50 cent kun je een boekje kopen waar heel veel informatie in staat. In dit dorpje zouden zo’n 100 mensen gewoond moeten hebben. We lopen dezelfde weg terug naar boven naar de camper. Het blijkt dat het al 3 uur is, en wij willen nog naar Moab, dat ligt een dikke 100 mijl verder. We verlaten Mesa-Verde en gaan via de 160, 491 en de 191 naar Moab. Onderweg komen we nog langs ‘Churchrock’ een grote rots die doet denken aan een kerk......verrassend! De volgende bezienswaardigheid is ‘Wilson Arch’ een door erosie gevormde boog in de rode zandstenen rotsen. Dit is al een voorproefje van wat ond te wachten staat in Arches N.P. Ik zoek ondertussen in de Woodall’s naar een leuke campground. Maar er zitten in en rond Moab zo’n 15 campgrounds zodat het erg  moeilijk kiezen is. We besluiten gewoon door Moab heen te rijden en te kijken welke ons het meeste aanspreekt. Hmm eigenlijk geen van allen...Uiteindelijk belanden we op ‘Portal RV park’ (www.portalrvpark.com). Het is een doorsnee private campground waar de campers zij aan zij staan. We nemen maar een full hookup en besluiten om voor de komende dagen eenswat beter op zoek te gaan naar National forrest campgrounds of State park campgrounds. Deze hebben dan wel geen hook ups, maar we hebben in de Grand Canyon gezien dat we best 2 dagen zonder kunnen. In de camper hangt namelijk een paneel met knopjes. 1 daarvan is ‘level-test’. Als je hier op drukt gaan er lampjes branden van de hoeveelheid fresh water, lpg en battery volume. Er zijn 3 lichtjes, rood  (nog 1/3) oranje (nog 2/3) en groen (vol). Daarnaast zitten er nog 2 rijtjes lichtjes en deze gaan banden als de zwarte tank (wc) en de grijze tank (overig afvalwater) beginnen vol te raken. Zo kom je nooit voor verrassingen te staan en kun je alles goed in de gaten houden. Na 2 nachtjes slapen zonder hookup was de stand als volgt: battery: vol, lpg: 2/3 over, water 1/3 over, zwarte tank 1/3 vol en grijze 2/3 vol. In Bluff hebben we geprobeerd om aan lpg te komen. Bleek er maar een heel klein beetje uit te zijn. Die mannen lachen, ze zullen wel gedacht hebben, weer van die domm toeristen. Frans kijkt nu gewoon op het drukmetertje bij de tank zelf. Ach ja, dat overkomt je ook maar 1 keer. In Moab hebben we overigens heerlijk gegeten in een gezellig restaurant. Als we terug naar de camper lopen zitten er al weer heel veel muggen. Ze prikken je waar je bijstaat. Snel naar binnen!
 

Dag 9: Woensdag 9 juni 2004

 
Het vroeg uit bed komen gaat steeds moeilijker, ik denk dat de jet-lag een beetje is uitgewerkt. Al met al zijn we rond 8:45 op pad, richting Arches N.P. (www.nps.gov/arch) In dit park zijn weer de vreemdste rotsformaties te bewonderen. We krijgen bij de ingang natuurlijk een kaartje en een krantje. Er is maar 1 weg door dit park met 2 afslagen. Op het kaartje staan stipjes met daarbij een naam, bijvoorbeeld ‘Sheeprock’en ‘Three gossips’. Dus zodra we daar in de buurt kwamen gingen we kijken naar een rots in die vorm. Erg leuk is dat, zeker als je hem ineens ziet. De eerste afslag leidt ons naar ‘Window Arch’ waar we een wandeling maken naar ‘North Window’ en de ‘South Window’. Erg bizar, die stenen bogen. Vervolgens rijden we naar de 2e afslag en we komen langs ‘balanced rock’. We komen bij ‘Delicate Arch’dit is zo’n beetje de beroemdste boog. (ook al eens gebruikt in een spijkerbroek reclame) je kunt er naar toe lopen maar dan moet je een moeilijk begaanbaar pad lopen en dan ben je een uurtje of 2 onderweg. Dat vinden we iets te lang, gelukkig kun je hem van een afstandje ook bekijken. We komen hier onze buren van vannacht ook tegen. Deze mensen stonden in Moab naast ons, ze zijn onderweg van Florida naar Alaska. Ze zijn in mei vertrokken en willen in oktober weer terug thuis zijn. Samen met hun lopen we naar het uitkijkpunt waar de ‘the Delicate Arch’ kunt bekijken. We maken wat foto’s, babbelen een beetje en gaan weer verder. We rijden naar het eindpunt ‘Devils Garden’. Hier maken we nog een wandeling naar verschillende bogen en we gaan dan op het gemakje naar weg. We verlaten Arches en gaan via Moab weer naar het zuiden. We doen eerst nog even boodschappen. Omdat het best nog vroeg is willen we eigenlijk naar ‘Needles overlook’ maar het waait zo enorm hard, dat we het niet aandurven met de camper. Frans heeft moeite hem op de weg te houden. Op de radio geven ze waarschuwingen voor mensen die met een trailer of camper over 191 rijden. Rara waar rijden wij? Juist over de 191... we besluiten om zo snel mogelijk een campground op te zoeken. Het wordt ‘Devils Canyon’campground. Deze is gelegen in een National forrest. Er is hier helemaal niemand, en we moeten een envelopje schrijven er 10 dollar in doen en dat in een soort brievenbusje doen. We rijden een paar rondje over de campground alvorens we een plekje uitzoeken. Het blijkt dat een aantal plaatsen gereserveerd zijn. Mooi, dan staan we niet helemaal alleen. Later komen er nog een paar campers. De rest van de dag relaxen we een beetje, we lezen wat, we drinken een budje (budweiser). En rond een uurtje of 8 maken we onze eigen Big Mac. Hij is heerlijk! Omdat de diepvries ook weer werkt hebben we ijsjes gekocht, als toetje eten we een heerlijk aardbeien ijsje. De koelkast en diepvries weigerden in het begin. We hebben hier ook eigenlijk geen uitleg over gekregen. In het schermpje verscheen steeds een ‘A’. Maar in onze handleiding (die was in het Duits!!!!) stond niks over een A. Na een dag of twee was alles ineens beduidend kouder, en gaf hij ook niet meer de letter A. Gelukkig doen ze het nu, maar wat er aan de hand was???  Morgen gaan we naar Capitol Reef N.P.
 

Dag 10: Donderdag 10 juni 2004

 
Oef , dat was een koude nacht! Wat hebben we heerlijk geslapen! Na een paar keer de wekker te hebben verzet zijn we er dan toch maar uitgekomen. Het is de bedoeling om vandaag via de 191 en de 95 naar Capitol Reef te rijden. Eenmaal op de 95 komen we een bordje tegen met ‘Butler indian wash ruïns’. (www.climb-utah.com/CM/butler.htm) Dit staat niet op de kaart maar we besluiten toch maar even een kijkje te nemen. Om er te komen moeten we een wandeling maken die heen en terug ongeveer 2 km bedraagt. Het is nog vroeg en nog niet warm en er is verder helemaal niemand, dus we besluiten dat te doen. Het was een leuk paadje om te lopen, en er waaide een heerlijk briesje. Bij het eindpunt aangekomen keken we uit over een aantal Cliff dwellings. Niet zo mooi als in Mesa Verde, maar wel de moeite waard. Zeker voor mensen die niet naar Mesa Verde gaan en wel langs deze plek komen is het een aanrader, omdat je er dan toch iets van meepikt. Terug bij de camper aangekomen, rijden we weer verder. Na zo’n 10 mijl zien we een bordje ‘Indian Pueblo’. Ach ja, waarom ook niet, dus ook hier nemen we even een kijkje. We hoeven er niet ver voor te lopen. We zien hier een kleine nederzetting met o.a. een ‘pithouse’en een mooie ‘kiva’(ondergrondse ruimte voor ceremoniale bijeenkomsten). We vervolgen onze weg naar ‘Natural Bridges National Monument’ dat stond nl. wel op de planning. (www.nps.gov/nabr) In het visitorscentre krijgen laten we onze national park pas zien en krijgen we een kaartje. Er is 1 weg in dit park, die een rondje maakt. Je komt dan vanzelf langs de 3 natuurlijke bruggen die voornamelijk zijn ontstaan door het water. Best leuk om te zien, het enige nadeel was, dat er net steeds voor ons een bus met Russen reed. Die stapten ook overal uit, en dan is het mteen enorm druk. Het is al 12 uur geweest als we nog naar Capitol Reef moeten. (www.nps.gov/care)  Dus we rijden verder over de 95 is werkelijk prachtig. Vooral het stuk door Henry Mountains was super. Een paar mijl voor Capitol Reef zetten we de camper nog even aan de kant, voor een erg late lunch (3 uur). We staan hier bij een inmense vlakte met wat flauwe heuvels. Er staat een bordje bij waarop staat dat deze vlakte een ‘playground’is voor 4WD-auto’s. daar kon ik het niet laten om eens overheen te rennen. Als we verder rijden veranderd het landschap echt met de minuut. In Capitol Reef zien we heel veel verschillende gekleurde rotsen, Niet voor niks noemden ze dit gedeelte vroeger de ‘Rainbow’. We komen langs een rots waarop ‘Petroglyphs’ te zien zijn. Dit zijn hele grappige indianentekeningen. (Zo’n 1000-800 jaar oud). We rijden door naar het visitorscenter. Hier bekijken we een 10 minuten durende video over het park. Het is helaas al half 5 en de tijd ontbreekt om eens op het gemak het park te verkennen, wat je schijnbaar het beste kunt doen door één van de trails te lopen. We twijfelen nog even over de scenic drive, maar nee, we gaan op zoek naar een campground. Net voorbij Torrey is een RV-park waar we ook kunnen eten, dat is mooi want we hebben weinig eten mee in de camper. Bij de receptie betalen we onze overnachtingsplek en moeten we ook meteen reserveren voor het eten. We kiezen allebei voor een Steak. We krijgen een bonnetje mee en worden om 19.30 in het pavillion verwacht. Nadat we de camper hebben geïnstalleerd lopen we naar de ‘laundry-ruimte’. We gaan hier onze handoeken en ondergoed eens wassen, want we hebben niet zoveel schone meer over. Om de machines te kunnen gebruiken hebben we en hele hoop kwartjes nodig. Deze halen we bij de receptie en we kunnen gaan wassen! Als we om 19.30 in het pavillion zijn, staan we wat om ons heen te kijken met ons bonnetje komt er meteen een Amerikaans vrouwtje naast me staan die uitlegt aan wie we ons bonnetje moeten geven en wat de bedoeling is. Als we ons bordje salade hebben opgeschept kijken we even om ons heen waar we nog kunnen zitten. Alle tafeltjes zijn bezet. Maar meteen staat dat zelfde vrouwtje op en begint te zwaaien en te wijzen dat we bij hun mogen zitten. We moeten er eerst wel even om lachen, maar wat maakt het uit. Dus wij zetten ons bij die mensen aan tafel. En zo onstaat er eigenlijk een heel leuk en gezellig gesprek onder het genot van een enorme maar heerlijke steak.
 

Dag 11: Vrijdag 11 juni 2004

 
Wat hebben we weer lekker geslapen vannacht. Met zonsopgang ben ik even wakker en maak snel een foto, zo die hebben we ook weer gehad. Na een mislukt ontbijt (broodjes afbakken in de oven (ze waren kei en kei hard) gaan we wat boodschapjes doen in Bicknell. Vervolgens rijden we via Teasdale naar Boulder over de 12. Het 1e stuk gaat door het Dixie National Forrest. Er is hiet het ene vieuwpoint na het andere en we zien nog een hertje aan de kant van de weg. Het 2e deel rijden we door het ‘Grand Staircase Escalante National Monument’. En dit is nog mooier, echt een landschap vol canyons. We bereiken ‘Bryce Canyon’ (www.nps.gov/brca) rond de middag en kijken of we in het park ergens kunnen staan. Op de sunset campground zijn nog plaatsen vrij. Wederom hebben we hier te maken met een envelopjes systeem. Voor 10 dollar hebben we weer een leuke plek. We eten eerst nog even een gebakken eitje en pakken onze rugzak in met water en sultana’s. Naar de rim (de rand) is het zo’n 10 minuutjes lopen. We hebben besloten om naar beneden te lopen via de Navajo loop. Dit is echt geweldig! Tussen de rode rotsen lopen we zigzaggend naar beneden, als we naar boven kijken zien we soms maar een klein streepje lucht. Wij vonden de wandeling onbeschrijfelijk mooi. We komen uiteindelijk bij een punt aan waar we moeten kezen om deze route af te maken of te verlengen met de Queens garden trail, we doen het laatste omdat we het nog lang niet beu zijn. Natuurlijk is het naar boven lopen best vermoeiend, maar we stoppen af en toe om eens van het uitzicht te genieten en water te drinken. (Dat heb je echt wel nodig). We hebben natuurlijk weer heel veel foto’s genomen en ons kaartje staat bijna vol. Om 4 uur zijn we weer boven en besluiten we nog even de shuttlebus te nemen naar Bryce point, hier kijken we wat rond en rijden dan met de bus naar ‘inspiration point’, vanaf hier is het maar een kwartiertje lopen naar de camper. Morgen doen we het zuidelijke gedeelte van Bryce. We drinken eerst nog wat en eten gebakken aardappelblokjes met een soort kipnuggets en sla. Lekker hoor. We gaan (deze keer wel op tijd) nog kijken naar de sunset. Deze viel ons nogal tegen omdat de zon niet achter/in de canyon verdwijnt maar als je de canyon in kijkt achter je in de bossen. Wat wij wel bijzonder vonden waren de fotografen die hier met enorme toestellen en apparatuur foto’s staan te maken. Het is vast heel bijzonder...? We nemen dan ook stiekem een foto van een fotograaf en lopen terug naar de camper.
 

Dag 12: Zaterdag 12 juni 2004

 
Vandaag is het dorpsfeest op Zaamslag. Wij staan al om half 8 op en rijden om half 9 weg om eerst nog een stukje Bryce te doen en vervolgens naar Zion te rijden. (www.nps.gov/zion) We moeten best een eind rijden voor het eerste punt, maar dat is gesloten, we rijden verder naar het volgende ‘farvieuw’. Hier kijken we even rond maar we vinden het iets minder dan hetgeen we gisteren gezien hebben. We besluiten dan ook Bryce voor gezien te houden en naar Zion te rijden. Eerst komen we door het plaatsje Ruby’s inn, Frans had hier een bordje gezien over een fotozaak en aangezien onze kaartjes bijna vol zijn gaan we kijken of ze ze hier op cd-rom kunnen zetten. En dat kan voor 16 dollar. Mooi, dan kunnen we onze kaartjes weer leegmaken en kunnen we naar hartelust foto’s maken. Eenmaal in Zion National Park aangekomen moeten we door een lange tunnel. Deze is niet gemaakt in het camper tijdperk en wij kunnen er dan ook niet zomaar doorheen. Als we in het midden rijden gaat het net. We moeten 10 dollar betalen aan een parkranger en die zorgt er dan voor dat aan de andere kant de auto’s worden tegengehouden, zodat wij in het midden kunnen rijden. We besluiten eerst een plekje op een campground te zoeken, en dan het park te verkennen. We zijn net op tijd want we kunnen maar 1 plekje meer vinden, midden in het zonnetje, maar beter iets dan niets! Hier werken ze ook weer met een envelopjes systeem. De campground kost ons 16 dollar met natuurlijk geen aansluitingen. De parkrangers die rijden in golfkarretjes rond om alles in de gaten te houden en ze vertellen ons dat wij eigenlijk het mooiste plekje hebben. Iedereen rijdt hier altijd voorbij omdat het in de zon staat, maar daar het je ’s avonds geen last meer van. En hij krijgt inderdaad gelijk, want we genieten die avond onder het genot van een paar blikjes Budweiser van een schitterend uitzicht. We kleden ons eerst nog even om voordat we het park gaan verkennen, het is hier namelijk vel warmer dan in Bryce. Eigenlijk moeten we ook nog boodschappen doen, want we hebben niks voor die avond. We lopen naar het visitorscentre, vanaf hier vertrekken ook de shuttlebussen. Bij het visitorscentre zit ook een restaurantje en een kleine supermarkt, dus dat is gemakkelijk, we eten een hamburger als lunch en kopen aardappelsalade en stokbrood voor ’s avonds. Dit leggen we eerst nog maar even in camper en gaan dan op pad. We hebben een aantal wandelingen uitgezocht die we willen gaan doen. Als 1e stappen we uit bij ‘Wheeping rock’ Hier zien we na een korte wandeling een ‘huilende’ rots. Dit is regenwater wat ooit boven op de rots is gevallen en zich in 2000 jaar een weg heeft gebaand door het gesteente. En op deze plek komt het eruit. Het is een mooi gezicht. We rijden verder met de shuttlebus naar de laatste halte, hier lopen we de ‘riverside walk’ Het is hier wel erg druk zeg. Aan het eind van dit pad begint de tocht door de ‘Narrows’. Dit is een wandeling in een kloof waarbij je door het water loopt (tot je knieën). We hebben geen zin in natte schoenen en we vinden het hier veel te druk. Als we terug lopen moet ik me inhouden de schouders van de persoon voor me beet te pakken en de polonaise te doen. We gaan zo snel mogelijk weg hier. We nemen de bus weer en stappen nu uit bij Zion lodge, hier begint de ‘Emeralds Pool’trail. Deze ziet er beduidend rustiger uit. Het is af en toe even steil omhoog en omlaag, maar het is heel mooi en lekker rustig... Als we terug zijn bij de bushalte vinden we het wel mooi geweest en gaan we terug naar de camper om van ons mooie uitzicht te genieten.
 

Dag 13: Zondag 13 juni 2004

 
We zijn niet zo heel vroeg wakker, maar dat is niet erg, we hebben ook niet zo’n heel druk programma, we gaan vandaag naar Las Vegas en dat is niet zo heel ver rijden. We gaan via de 9 en de 17, vervolgens de interstate 15. Op de kaart (rand MC Nally road atlas) staat met een roze blokje een ghosttown aangegeven (silver reef), hier nemen we even een kijkje, maar het is niet veel bijzonders. (www.ghosttowns.com/states/ut/silverreef) Omdat het nog vroeg is besluiten we een klein ommetje te maken en nemen in Nevada de 169 naar het zuiden richting Valley of fire State park. Eerst zetten we de klok weer een uur terug, want we zijn Utah uit en zitten nu in Nevada, dus een andere tijdzone. Onze nationale parkpas in hier niet geldig en we kopen in het visitorscentre een kaartje via een selfpay systeem. Als we verder het park in rijden snappen we waarom het zo heet, er doemen meteen allerlei rode rotsformaties op en het is hier warm, pffff echt geen wandelweer. Gelukkig kunnen we het meeste ook vanuit de camper bekijken en dat doen we dan ook. Eenmaal terug op de interstate 15 richting las Vegas worden we ingehaald door zo’n grote Amerikaanse truck, ‘pats’ daar vliegt een keitje af, recht op onze voorruit, er zit een putje in en een grote scheur. Tsja wat moeten we daar nu mee? Als we wat verder zijn zien we dat de scheur wat groter wordt. We besluiten de camper maar even aan de kant te zetten en te bellen met de Travellers Assistence. (Het noodnummer van Cruise America) Bij een soort van truckstop zo’n 10 mijl voor las Vegas gaan we op zoek naar een telefoon. De mevrouw stelt me eerst wat vragen en vervolgens krijgen we de keuze voorgelegd, of we blijven 2 dagen in Las Vegas en maandag (morgen) wordt de voorruit vervangen. Of we rijden door en kijken hoe het gaat. De laatste optie kon natuurlijk alleen als de barst ons uitzicht niet belemmerde. We kiezen voor het laatste omdat anders ons schema in de war komt. We rijden dus Las Vegas in, en kijken om beurten angstvallig naar ‘onze scheur’. We zetten met pen een streepje op het raam zodat we het goed in de gaten kunnen houden. In Las Vegas rijden we naar het circusland RV-park, dit ligt naast het grote thema hotel/casino Circuc-Circus (www.koa.com/where/nv/28138.htm) . We relaxen nog even in de camper, niet dat het hier gezellig is, want de campground bestaat geheel uit asfalt. Maar ja je kunt niet alles hebben, we hebben hier wel een full hookup, dat is wel makkelijk,want de laatste twee dagen hebben we die niet gehad, dus we kunnen weer wat lozen en bijvullen. Om 18.00 uur gaan we ‘op stap’. We lopen eerst het Cirus Circus binnen en wat we daar zien is eigenlijk niet te beschrijven. Eerst komen we in een hal zo groot als een sportzaal, met alleen maar automaten, een eind verder lopen we door een winkelstraat naar de volgende hal met automaten. Vervolgens lopen we via de circustent en de kermis naar de volgende gokhal. Voordat we buiten zijn zien we nog een heel pretpark met achtbanen en wildwaterbaan. Eindelijk staan we dan buiten. Op ‘The Strip’, hieraan liggen dus alle thema hotel-casino’s. We lopen een eind langs de strip en gaan diverse casino’s binnen, we gaan tot aan het Bellagio en lopen dan weer terug, het is nl een heel eind. Zo zien we onder ander Venetian, Caesers Palace en the Mirage. We hebben 1 van de witte tijgers van Siegfried en Roy gezien en bij Treasure Island hebben we naar een piratenshow gekeken die buiten op de stoep werd gedaan. Je kijkt je ogen uit. Terug in het Circus Circus aangekomen moeten we toch ook even gokken. We vergokken 20 dollar en zijn binnen 10 minuten klaar. Helaas geen winst...
 

Dag 14: Maandag 14 juni 2004

 
Vandaag staat een lange dag rijden op het programma. We willen vandaag zo dicht mogelijk bij Yosemite National Park uitkomen. (www.nps.gov/yose) We rijden om half 9 weg en proberen in 1 keer de snelweg op te rijden, maar dat lukt helaas niet. Dat is toch wel even wennen in zo’n stad, maar uiteindelijk zitten we op de goede weg, de 95 naar het noorden. Het wordt al erg snel saai. Dit gaat een lange dag worden. In Indian Springs gooien we de tank vol, oeps die was een wel een beetje duur. Onderweg komen we door Goldfleet. Het is dat hier nog een paar mensen wonen, anders hadden ze dit ook kunnen bestempelen als een ghosttown. Na een lange dag rijden komen we aan in Lee Vining waar we voor 25 dollar een mooie plek op de campground hebben met water en electrischiteit. (www.thesierraweb.com/recreation/monovista) .We hebben in Lee Vining nog wat boodschappen gedaan, een heerlijke biefstuk voor op de bbq. Het enige probleem is dat er steeds meeuwen rondvliegen. We zitten dicht bij Mono lake en dat is zo’n beetje de enige broedplaats van die beesten. Maar goed ze zijn net zo vervelend als thuis. Tijden het bakken van de biefstuk kwamen ze steeds nieuwgierig kijken. Het rook natuurlijk heel lekker. Ik heb ze geprobeerd met de vleesvork weg te jagen, maar ze komen net zo snel weer terug. Onder tussen is de dunne helft van de biefstuk al gaar en snijden we hem doormidden en nemen die mee de camper in om hem op te eten. Stom natuurlijk, want ik heb me nog maar net omgedraaid of die stomme meeuwen zijn er met de andere helft vandoor. Boehoehoe en hij was zo lekker! Nu hadden we maar en klein stukje meer.
 

Dag 15: Dinsdag 15 juni 2004

 
Nederland o Nederland, jij bent de kampioen! EK-voetbal in Portugal, Nederland-Duitsland. Voor deze gelegenheid trek ik een oranje shirt aan. Vandaag gaan we eerst naar ‘Bodie state historic park’oftewel een ghosttown (www.bodie.com) . Het is een ritje van een uurtje ongeveer waarvan de laatste 3 mijl over een onverhard pad. We schudden alle kanten op. Het viel nog mee dat alles op zijn plek bleef staan. Maar het is absoluut de moeite waard! Er staan ongeveer 100 huisjes. Je kunt bijna overal naar binnen gluren. Het is echt verlaten. Bodie was eens een grote stad van zo’n 10000 inwoners, die leefden van de goud en zilvermijn. Nu staat nog zo’n 5 % recht van de huizen, het grootste gedeelte is door sneeuw en brand verwoest.  Na Bodie rijden we naar de oost ingang van ‘Yosemite National Park’. Hoe dichter we bij de ‘Tioga Pass’ komen hoe dichter we de sneeuwgrens naderen. En ja hoor, daar ligt sneeuw aan de kant van de weg, daar moeten we natuurlijk even in staan met onze korte broek en zonnebril. (En ja het is echt en koud). We besluiten de valley in te rijden waar onder andere de watervallen zijn. In de valley aangekomen gaan we op zoek naar een campground. Het is dan 17.15 uur. Als we de bordjes ‘campground registration’ volgen komen we bij een gesloten kantoortje, die zijn maar open tot 16.45 uur, naast het kantoortje hangt een bordje waarop staat dat alle campgrounds vol zijnn. We besluiten het park weer uit te rijden richting El Portal. Daar is volgens de ‘Woodalls’ook een campground. Inderdaad voor 30 dollar staan we bij ‘Indian flat’. We hebben uit de winkel 2 blikken soep meegenomen en omdat soep in USA altijd dikke prut is, dachten we dat met wat rijst op te eten. (net als het champignon-crème soep prutje van thuis). Nou daar leek het nog niet eens op. Het was niet lekker! Bah..
 

Dag 16: Woensdag 16 juni 2004

 

De volgende ochtend rijden we om half 9 weer terug Yosemite valley in. We parkeren de camper en gaan eerst te voet naar de ‘Happy Isles’. Volgens het krantje een ‘must-see’. Het was wel geinig maar wij vonden het niet bijzonder. Het water van de Merced stroomt hier vrij hard rond 3 eilandjes, waarover je een wandeling kunt maken. We nemen vervolgens de propvolle shuttlebus naar de ‘Yosemite falls’. Deze waterval is de op 5-na hoogste ter wereld. Het is een mooi plaatje. Omdat die shuttlebus zo enorm vol zit gaan we te voet terug naar de camper. We komen langs een winkel, waar we eest een broodje kopen. Deze eten we bij de camper op. Vervolgens rijden we door naar ‘Mariposa Grove’ het zuidelijke deel van het park. Onze camper mag er niet in, dus we nemen weer de shuttlebus. Deze is gelukkig bijna leeg, dat is fijn. Bij het bos aangekomen lopen we een rondje langs de sequoia’s. Deze immens grote bomen zijn wel erg bijzonder hoor! De grootste is de Grizzly Giant, deze is wel 2700 jaar oud. Een andere daar hebben ze in het midden een stuk uitgezaagd, zodat ze er met een koets doorheen konden rijden. En die boom leeft nog steeds! Terug bij de camper aangekomen rijden we via de zuidkant het park weer uit. We vinden een plekje in Oakhurst. (www.highsierrarv.com) Omdat we die avond hiervoor zo slecht gegeten hebben gaan we nu op zoek naar een restaurantje, nou die zijn er genoeg. Wij komen in het ‘viewpoint’ restaurant. Het ziet er best wel sjiek uit. Maar het personeel is erg aardig en als we kaart krijgen loopt het water al in onze mond. Jammie, dat komt wel goed vanavond. Vooraf nemen we een spies van scampi’s en bacon, en als hoofdgerecht neemt Frans ‘veal’ en ik ‘filet mignon’. En het was heeeeerlijk! Een echte aanrader, dat hadden we nodig na gisteren. Het enige nadeel was, dat tussen het voor en het hoofdgerecht nog geen 5 minuten zaten. Maar ja dat is Amerika.

 

Dag 17: Donderdag 17 juni 2004

 
Vandaag gaan we weer terug naar San Francisco, het zit er al weer bijna op helaas. Onderweg tanken we nog eens en proberen hier en daar nog eens naar huis te bellen. Eindelijk hebben we en telefooncel gevonden waarbij Frans even naar huis belt. We rijden via de 49, 140 via Merced op de 99, 120, 205, 580 en uiteindelijk de 880. Via de San Mateo bridge  komen we aan in het Candlestick RV-park.(www.sanfranciscorvpark.com) Er is gelukkig nog plek, en we zullen hier onze laatste 2 nachten verblijven. Het blijkt dat ze vanaf hier ook een shuttle-service hebben naar down town. Deze kost 10 dollar pp. We reserveren meteen de bus van 3 uur, zodat we nog een uurtje over hebben voor we San Francisco gaan verkennen. We hebben voor het eerst echt donuts gekocht en die smikkelen we hier lekker op. Ze waren zoet, maar erg lekker! Om 3 uur stappen we in de shuttlebus. Hij zet ons af op de hoek van Kearny st. en California st. We lopen eerst door Chinatown waar we af en toe eens een winkeltje binnengaan. Dan bedenken we dat we eigenlijk nog heel graag een Mahjong spel willen hebben. Maar bij ons kun je daar heel slecht aankomen, waar kun je beter zoeken dan in China town. We zien er hier heel veel, maar die vinden we nog niet goed genoeg. We lopen verder richting Fishermans Wharf, we stoppen bij Jacks Cannery, hier drinken we wat op het terras. We hadden alleen niet in onze portemonnee gekeken, en die was leeg, gelukkig stond er binnen een flappentapper, zodat we konden betalen (creditcards accepteerden ze niet). Op Fisherman’s Wharf kijken we of we nog kaartjes kunnen bemachtigen voor een tochtje naar Alcatraz. Helaas is de eerstvolgende afvaart pas zondag. We lopen op het gemakje terug en besluiten bij ‘the stinking rose’te gaan eten.(www.thestinkingrose.com) Dit is een knoflook restaurant. Vooraf nam ik een Pizetta (kleine pizza) en Frans mosselen. Als hoofdgerecht had ik zalm en Frans iets van prime rib. Het was allemaal erg lekker en het was een heel gezellig restaurantje. Na een dubbele espresso lopen we terug richting de afgesproken plek, waar het busje ons weer komt ophalen. We zijn alleen iets te vroeg, en we hebben nog een uurtje over. We lopen daarom nog wat door Chinatown, er zijn nog maar een paar winkeltjes open. Maar we vinden hier wel een mooi mahjong spel voor $55,- het koelt behoorlijk af buiten, maar gelukkig is de bus op tijd en daarin is het wel lekker warm. Om half 10 zijn we terug bij de camper, waar we nog een beetje lezen en een biertje drinken
 

Dag 18: Vrijdag 18 juni 2004

 
Vandaag hebben we een hele dag om San Francisco beter te leren kennen.We doen ’s morgens wel lekker op het gemakje. Inge steekt nog een wasje in de wasmachine en vervolgens in de droger, zodat we handdoeken en ondergoed lekker schoon en droog mee naar huis kunnen nemen. We nemen uiteindelijk de shuttlebus van 11 uur. In de bus krijgen we van alles te horen over de stad, tips en tricks. De buschauffeur is een erg grappige chinees, soms een beetje moeilijk te verstaan. Eenmaal uit de bus lopen we eerst de heuvel op richting het cable car museum. Hier zie je hoe de cable cars zicht door de stad voorbewegen. Erg grappig. Vervolgens lopen we richting Lombard street. Een straatje met een stuk of 10 haarspeldbochten op een helling van 40 graden. Vervolgens gaan we op zoek naar de ultieme San Francisco foto. Een cable car die naar boven komt rijden met op de achtergrond het eiland Alcatraz. Nadat deze foto erop staat lopen we weer richting Fisherman’s Wharf, waar we bij een Italiaan een lekker broodje garnaal eten. We zijn van plan om verder te lopen naar de Golden Gate bridge, maar als we en eindje op pad zijn komen we erachter dat dat best een heel eind lopen is, en we hebben er al een heel stuk op zitten. We besluiten daarom om een boottochtje te boeken, zodat we eronderdoor varen. Verder gaat dat tochtje ook nog rondom Alcatraz, dus van de buitenkant hebben we het goed kunnen zien. Verder hebben we natuurlijk een mooi zicht op de skyline van San Francisco. Terug aan wal, lopen we over Pier 39, één van de bekendste delen van the wharf. Hier zijn een heleboel winkeltjes en restaurantjes en ook liggen de zeehonden weer mooi te poseren. Verder zie je hier vele straatartiesten. We drinken een bakje koffie in een internetcafé en sturen een berichtje naar het thuisfront. Het is tenslotte vrijdagmiddag, dus we duiken ook nog even de kroeg in, oftewel de Ierse pub, voor een echte Ierse pint. We eten deze keer bij een Italiaan, (iets anders is er bijna niet te vinden). Het is wel lekker, maar niet zo goed als de dag ervoor. Eenmaal weer terug bij de camper zijn we moe maar voldaan, de reis zit er namelijk op. We maken ons klaar voor het laatste nachtje in de camper. Morgen moeten we hem terug inleveren.
 

Dag 19: Zaterdag 19 juni 2004

 
Vandaag moeten we de camper weer al inleveren, snik, ik zal hem wel missen. Na een ontbijtje gaan we dan ook beginnen met het inpakken van de koffers. Vervolgens maken we alle kastjes leeg en kijken we wat we van eten nog willen bewaren, dat is niet veel, want we hebben nu eenmaal niet zoveel plek. Toen moeten we de boel nog een beetje poetsen, achteraf blijkt dat we dat weeral veel te nauwkeurig doen. Om 12 uur verlaten we de campground op weg naar Oakland, waar het camperverhuurbedrijf zit. We moeten nog 165 dollar betalen voor de schade aan de voorruit. Er is dus en eigen risico van 500 dollar, daar hadden we even geen rekening mee gehouden. En natuurlijk hebben we ook teveel kilometers gemaakt, daar moeten we ook nog voor bijbetalen. Al met al zien we de borg niet meer terug. Vervolgens is het wachten op de taxi die ons naar het airport hotel brengt. (www.vagabondinn.com/propdesc_330.html?propID=330) Het is nog maar half drie als we daar aankomen, maar we hebben geen puf meer om nog eens de stad in te gaan. We relaxen dus een beetje, en genieten buiten van een mooi uitzicht op de landende en opstijgende vliegtuigen. Voor ons neus zwemt er zo nu en dan ook nog een rog voorbij. We eten bij een Mexicaan en gaan lekker vroeg slapen, want om 4 uur ‘s-nachts staat er al een taxi voor ons klaar.
 

Dag 20: Zondag 20 juni 2004

 

Om kwart over 3 gaat de wekker. Dat is vroeg! Om 4 uur staat er inderdaad al een taxi te wachten op ons, we checken uit en 10 minuten later staan we op het vliegveld. Het is wel even zoeken waar we moeten zijn, want de incheckbalie’s gaan hier niet op vluchtnummer maar op maatschappij. We staan wederom als 2e in de rij bij United, maar helaas zijn alle plekken met meer beenruimte al besproken of bezet. Oei, dat is even een tegenvaller voor Frans. Na drie lange uren kunnen we dan instappen. Frans kan inderdaad net niet zitten, maar met de armleuning naar boven en een beetje gedraaid zitten gaat het net. In Washington moeten we maar anderhalf uur wachten voor we weer verder naar Brussel kunnen. We proberen nu wel een beetje te slapen, maar dat lukt voor geen meter. In Brussel aangekomen is het 7 uur ’s morgens en moeten we nog een hele dag, oei dat wordt lastig, want nu zijn we wel heel moe. Mijn moeder haalt ons op en we hebben moeite om onze ogen open te houden in de auto onderweg naar huis. Daar aangekomen doen we toch maar even een dutje van een paar uur, maar om half 2 komen we er (hoe moeilijk het ook is) toch maar uit. En dat werkt want we hebben verder weinig last gehad van de jetlag. Het was weer een vakantie om nooit te vergeten.

 

Datum

Teller totaal

Miles gereden

Totaal gereden

Tanken gallons

Prijs dollars

1-6

2262

0

0

 

 

2-6

2374

112

112

 

 

3-6

2431

57

169

21.2

49.97

4-6

2840

409

578

21.4

50.00

5-6

3218

378

956

39.2

98.01

6-6

3218

0

956

 

 

7-6

3447

229

1185

37.7

87.90

8-6

3722

275

1460

32.3

65.19

9-6

3842

120

1580

 

 

10-6

4049

207

1787

25.5

52.53

11-6

4177

128

1915

 

 

12-6

4280

103

2018

 

 

13-6

4407

127

2145

23.1

50.88

14-6

4839

432

2577

38.6

99.88

15-6

4999

160

2737

17.3

48.41

16-6

5067

68

2805

 

 

17-6

5269

202

3007

23.0

50.23

18-6

5269

0

3007

 

 

19-6

5308

39

3046

 

 

 

 

 

 

279,3 gallon

653 $

 

3046 miles       x          1,609   =          4902 kilometer
279.3               x          3,784   =          1057 liter
653$                x          0.829   =          €541,80

Oftewel 1 liter op 4,6 km
En 1 liter kost €0,5125 gemiddeld

 

Dit is een kaartje van de reis die we gemaakt hebben. Aanvulling: We hebben alleen de highway 1 van Monterey genomen, die rechtstreeks naast de kust ligt.

 
Foto's